6: Terug naar het oosten

Gepubliceerd op 18 juni 2026 om 02:25

Waarom weer terug naar het oosten?
Toerisme en vooral natuur.

Na speur- en zoekwerk, gesprekken met Panamezen en enkele toeristen bleek al snel dat het gebied waar wij dachten heen te willen in het westen erg toeristisch is. En wil je in een rustiger gebied zitten waar de natuur prachtig is, dan heb je vaak een tour of gespecialiseerde 4-wheel drive nodig, anders kom je er simpelweg niet. Daarnaast is er geen garantie dat je daar ook mooie dieren ziet.

In de omgeving van Panama-Stad en Gatun Lake hebben we al fantastische natuur en rust mogen ervaren, en dit is precies het type tropisch regenwoud waar wij van genieten. Zodoende: go east en terug naar Gatun Lake Lodge! Onderweg zijn we geen enkele keer gestopt door een agent en hebben we braaf de toegestane snelheid gereden.

Aangekomen was het weer vertrouwd en waren we weer (of nog steeds) de enige bezoekers. De rest van de dag bestond uit lezen, zwemmen en genieten van alle dieren om ons heen.
Dit keer hadden we op ons terras een heuse boa constrictor. Een kleintje, maar toch leuk om te zien. De vorige keer hadden we al een Brown Vine Snake op ons terras die een gekko aan het oppeuzelen was.

De volgende ochtend gingen we vroeg met de manager wandelen in de omgeving om dieren te spotten. In het bijzonder waren we op zoek naar de capibara en de luiaard. Beiden helaas niet gezien, maar wel een mooie wandeling gehad en een groen-zwarte pijlgifkikker gezien. Onderweg schoot er ook nog een slang vlak voor Mirjam haar voeten langs.

Ook al was het vroeg in de ochtend (6:30), we waren nog steeds doorweekt van het zweet door de temperatuur en de hoge luchtvochtigheid. Op wat kanoën na (een oefenrondje voor de volgende dag) hebben we verder heerlijk niets gedaan en vooral geluierd.
Dat wil zeggen: aan één ding moesten we wel even wennen… De eigenaar van het hotel kwam, omdat de manager een paar vrije dagen had. De eigenaar is een Nederlander en een… aparte man. Hij praat enorm veel, vindt overal iets van, heeft altijd gelijk, praat heel denigrerend over Panamezen en zijn personeel en de wereld lijkt om hem te draaien. Zoals jullie ons kennen is dit precies iemand waar wij jeuk van krijgen.
We hebben afgesproken ons niet te veel te laten irriteren door hem, omdat dit anders onze energie zou beïnvloeden.

De laatste dag begon met een tour samen met de eigenaar: 2,5 uur kanoën door het merengebied hier. Dit meer is ruim 100 jaar geleden kunstmatig aangelegd als “wachtruimte” voor de grote schepen die het kanaal op gaan.

Lekker bezig geweest, maar ook op zoek naar dieren. Prachtige vogels gezien, maar verder niet heel veel bijzonders. Wel waren we nog met onze kano vastgelopen op een oude boomstam, want die bomen staan nog overal onderwater. We waren wel blij dat we ons goed hadden ingesmeerd, want ondanks UV-bestendige shirts en factor 50 waren we alsnog hier en daar verkleurd.

Vandaag met de auto vertrokken naar Panama-Stad na het ontbijt en ouderwets in de file gestaan door Panama-Stad heen. In het hotel onze spullen achtergelaten en naar de airport om de auto in te leveren. Alles werd goedgekeurd bij het inleveren. We beginnen zowaar te wennen aan de temperatuur: het was maar 26 graden in Panama-Stad en we zweette daardoor bijna niet.

In het hotel onze tassen netjes gepakt voor morgen. Dan worden we om 5 uur ’s morgens opgehaald voor een verblijf van 3 nachten op de San Blas-eilanden. Hier slapen we op één van de 340 eilanden waar een inheemse stam woont en er op “ons” eilandje slechts 4 hutjes voor toeristen zijn. Verder is het de Guna-stam die op deze eilanden leeft. Ze spreken hun eigen taal en een beetje Spaans. Verder is er geen stroom, geen internet, geen warm of zoet water en eten wat er gevangen wordt.

Spijtig is dat deze eilandjes over 30 jaar zullen verdwijnen. Door de stijgende zeespiegel zijn er al een aantal eilandjes verdwenen en over 30 jaar zullen ze waarschijnlijk allemaal weg zijn. Dan zullen de Guna op het vasteland moeten gaan wonen.

In ons volgende blog horen jullie hoe het was!